Openbare ruimte is de core business van de lokale overheid

Binnenlands Bestuur 29 maart 2013

Besparen op het onderhoud van de openbare ruimte is in tijden van bezuinigingen easy money. Maar ook hier is goedkoop duurkoop. Een onaantrekkelijke omgeving trekt alles naar beneden. Dit artikel, geschreven door Cees-Jan Pen (Platform31) en Jan-Willem Wesselink (Stedelijk Interieur) verscheen op 29 maart 2013 in Binnenlands Bestuur.

Bezuinigen op de openbare ruimte lijkt de nieuwe manier om de gemeentelijke begroting sluitend te krijgen. Gemeenten letten er hierbij vooral op of de burgers klagen, en dit blijkt tot nu toe wel mee te vallen. ‘Daar komen we maar mooi mee weg’, moet menig ambtenaar hebben gedacht nu er relatief weinig lokale ophef is.

Het ‘u klaagt, wij draaien’ is tot in de perfectie doorgevoerd, en dat is de wereld op zijn kop. Want ook als burgers niet klagen, heeft de overheid een verantwoordelijkheid. De (gemeentelijke) overheid is niet alleen verantwoordelijk voor een sluitende begroting op korte termijn, maar ook voor die op de lange termijn. De keuzes die nu worden gemaakt zijn penny wise, pound foolish. En wel om tal van redenen. Neem bijvoorbeeld de vorige bezuinigingsronde, in de jaren ’80. Deze heeft een na-ijleffect gehad van vele jaren. Pas daarna was de openbare ruimte weer op het oude niveau. Oorzaak? Door niet tijdig in te grijpen ontstond er veel grotere schade op langere termijn. Bedenk maar wat er gebeurt als je je huis niet goed in de verf houdt.

Een groot deel van de herstructureringsopgaven in winkelgebieden en op bedrijventerreinen en kantoorgebieden zijn een gevolg van het sober onderhouden van de openbare ruimte in de jaren ’80. De ‘Taskforce Noordanus’ becijferde in 2010 dat alleen door dit beleid miljarden nodig zijn om die bedrijventerreinen weer op pijl te krijgen. Dat vuil ander vuil aantrekt, blijkt uit diverse onderzoeken. In een schone straat gooien minder mensen afval op straat en maken ze minder stuk. Uiteindelijk moet de overheid die troep opruimen. Dat kost relatief meer geld. Schoon en heel zijn dus ook goedkoper.

Penny wise, pound foolish dus. In de huidige crisis is kwaliteit een belangrijk verkoopargument, of andersom gezegd: alles met een vlekje verkoopt niet of heel slecht. Wie in zijn gemeente een gezonde vastgoedmarkt wil, moet dus vlekjes voorkomen. Een woning, winkel, kantoor of bedrijfspand in een slecht onderhouden buurt verkoopt slechter dan een vergelijkbaar object in een schone straat. Daarbij, wat heeft het voor zin om kosten te besparen op openbare ruimte als je tegelijkertijd weet dat de kosten stijgen omdat je vastgoed in waarde daalt en je vaker moet handhaven en ingrijpen in verloederde gebieden? De stad wordt veel intensiever gebruikt dan pakweg tien jaar geleden. Uit gesprekken met diverse beheerders van de openbare ruimte blijkt dat er door vergrijzing en telewerken aanzienlijk meer mensen in de stad zijn. Dat leidt tot meer slijtage en zou moeten leiden tot stijging van de budgetten.

Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is de core business van een lokale overheid. Daar is de lokale overheid, in de zestiende eeuw, voor uitgevonden. Alleen al door de schaalgrootte kan de overheid dit veel efficiënter en goedkoper dan de groepen burgers waarop de verantwoordelijkheid nu wordt afgeschoven. Misschien wel het belangrijkste argument: de openbare ruimte is in de huidige crisis belangrijker dan ooit. Sinds een aantal jaren groeien steden niet meer vanzelf. Wie nu wil groeien, doet dat ten koste van een andere stad. Dat kan alleen als je beter, attractiever, plezieriger bent dan die ander. Een aantrekkelijke openbare ruimte leidt tot meer bezoekers in de winkels in de binnenstad, tot meer bewoners in de wijken en tot meer bedrijven in de werkgebieden.

Natuurlijk begrijpen wij dat er in de huidige crisis keuzes gemaakt moeten worden. En dat dit pijn doet. Maar een schone, hele en ook veilige openbare ruimte is de core business van de lokale overheid. Sterker nog, daar is die lokale overheid voor uitgevonden. Het is onbegrijpelijk dat juist die verantwoordelijkheid wordt afgeschoven op burgers. Als maatschappij zijn we daardoor duurder uit en daalt de kwaliteit van onze leefomgeving. De rücksichtslose, kortzichtige manier waarop nu wordt bezuinigd, gaan we nog decennia in onze portemonnee voelen.

Cees-Jan Pen is onderzoeker bij Platform31, kennisorganisatie voor stad en regio
Jan-Willem Wesselink is hoofdredacteur van het vakblad Stedelijk Interieur

Leave a Comment