Aan het eind van dit jaar is het niet meer de vraag waarom je Netflix hebt, maar waarom niet. Dat is een belangrijk moment, kijken naar Netflix is dan normaal. Wie dan niet kijkt, heeft redenen om dat niet te doen. ‘Te veel gedoe’, ‘te duur’, ‘nog niet aan toegekomen’, dat soort argumenten.

Dat is leuk voor Netflix, de impact is veel groter. De opkomst van Netflix gaat immers gelijk op met de ondergang van de publieke en commerciële omroepen, althans op tv. De tijd dat zenderbazen bepalen wat wij wanneer kijken is voorbij. De volgende vraag is wat hun toegevoegde waarde dan nog is. En of dat niet met een paar zenders minder kan. Bij commerciële omroepen gaat die discussie iets anders, maar als er niemand meer naar reclame kijkt (omdat naast de netflixisering, ook het opnemen van programma’s normaal is geworden), zullen adverteerders zich afvragen wat ze daar nog doen. Slechts bij live-events kijken we massaal met z’n allen. En bij de finale van Boer zoekt Vrouw natuurlijk, al is het maar omdat het dan het leukst is om ondertussen te twitteren.

on demandDe aangekondigde dood van de publieke omroep is een les voor de Nederlandse binnensteden. Ook daar is de tijd van de ‘omroepbazen’ voorbij. Van de winkelmanagers die bepalen wat ik wanneer moet kopen. Dat het voor het management van V&D jarenlang praktisch was om al in september de wintercollectie in de schappen te hangen, klinkt ondertussen net zo oubollig als de omroepbaas die voorschrijft wanneer ik welke serie moet kijken. Het is ook niet voor niets dat in veel van de necrologieën over V&D de spruitjeslucht overheerst. Het zijn weemoedige verhalen die terugverlangen naar een tijd toen geluk nog heel gewoon was.

In 2016 wordt de economie on demand. Dat betekent dat ik nu alles kan krijgen ik wat ik wil. En dat alles is daarbij belangrijker dan het nu. Ik wil Japanse snoepjes, een biologisch groentepakket, een abonnement op de Britse Wired, een nieuw rubberen ringetje voor mijn espressokoker. Ik wil in één keer alle afleveringen van The Bridge kijken of naar het nummer Lila Wolken luisteren als ik daar zin in heb. En tijdens het autorijden wil ik leren hoe schoonheid werkt. Ik heb die behoeftes en ik wil dat ze worden vervuld. En via Japan Crate, BeterBio, Wired.co.uk, Amazon, Netflix, Spotify en Ted Radio kan dat ook. Dat hoeft niet per se direct. Op dat rubberen ringetje voor mijn espressoapparaat moest ik een week wachten. En Japan Crate werkt met een abonnementenmodel.

In een wereld waarin letterlijk alles te koop is, steekt de binnenstad – zeker die van steden buiten de Randstad –schril af. Maar waar dat vroeger een voldongen feit was, is het nu het begin van een zoektocht. Als de tas van Nordface die ik wil, net niet in de winkel ligt, bestel ik hem wel online.

Om te overleven moet de stad onderdeel worden van de on demand economie. Dat kan op drie manieren. Ten eerste door te concurreren op snelheid. Als ik nu iets nodig heb, moet het in de buurt zijn. Bijvoorbeeld: ik heb hoofdpijn, de paracetamol is op, ik ga naar de winkel. Ten tweede op gemak. Voorbeeldje: het is zaterdagochtend, ik heb zin in verse croissants, maar wil mijn bed niet uit: ik bel de verse-croissant-bezorgservice. En tenslotte op service: niets is fijner dan het kopen van een nieuw pak in een winkel waarin de verkoper direct je maat weet. Of de opticien die precies dat model pakt dat jou staat. En die veelgenoemde beleving dan? Dat is aankleding, waar geen product meer door wordt verkocht. Toen Deventer afgelopen kerst vol liep voor het Dickensfestijn, waren de hoofdwinkelstraten opvallend leeg en de winkels daaraan nog leger. Voor beleving ga ik wel naar Disneyland.