kleding-buurman-buurman

Een kwart van de Nederlanders spreekt hun buren niet of nauwelijks. Dit betekent niet dat deze groep mensen geen behoefte heeft aan contact. Het merendeel van deze mensen vindt goed contact met de buren belangrijk en weet wel degelijk wie er naast hen woont. Ook hechten we bij verhuizingen veel belang aan buren. Ruim driekwart van de bevolking blijkt op de hoogte te zijn van de interesses en dagelijkse bezigheden van hun buren. Het klinkt enigszins tegenstrijdig. Buren zijn wel belangrijk, maar we hebben er amper contact mee. Hoe komt dit?

Sociale netwerken zijn al jaren niet meer beperkt tot de buurt. Een oude, bekende theorie stelt dat buurtcontacten afnemen door welvaart: de noodzaak om goederen te delen neemt door welkvaart namelijk af. Vroeger werden wateraansluitingen en toiletten gedeeld, hetgeen zorgde voor veel onderling contact. Naast welvaart heeft ook internet het contact met buren doen verwateren. In een maatschappij waarin iedereen altijd en overal verbonden is met internet, werkt het fysiek samenkomen van mensen anders. Er is sprake van networked individualism: we bepalen ons eigen netwerk zowel online als offline op basis van gemeenschappelijke interesses, waarden en affiniteiten. Hierdoor is de buurt geen statische container meer waarbinnen sociaal contact plaats vindt. Onze netwerken vormen zich onafhankelijk van de fysieke omgeving.

Internet heeft er ook voor gezorgd dat onze levensritmes diverser zijn geworden. We zijn steeds minder afhankelijk van tijdsschema’s en afspraken op vaste plekken. Dit biedt ons de ruimte om ons leven volledig in te vullen zoals wij dat zelf prettig vinden. We komen onze buren daarom minder vaak tegen en het leven in de buurt wordt anoniemer. We zijn gehecht aan deze privacy. Buren onderling bemoeien zich liever niet teveel met elkaar. We zijn bereid om elkaar te groeten of om een praatje maken, maar voor emotionele steun gaan we naar vrienden of familie. En dat is op zich helemaal niet erg. We realiseren ons alleen vaak niet hoe belangrijk juist deze small talk is. Onze oppervlakkige contacten bieden ons toegang tot belangrijke bronnen, doordat ze een open netwerk vormen, zonder wederzijdse verplichtingen. Bijna niemand vindt een baan via een beste vriend, maar mensen waarmee men slechts af en toe contact heeft blijken in deze context veel waardevoller.

Als buurtbewoners elkaar kennen zullen ze over het algemeen eerder bereid zijn om zich verantwoordelijk naar elkaar en naar hun woonomgeving op te stellen. Belangrijk, want we zitten er niet op te wachten om elkaar aan te spreken op elkaars gedrag. Mensen met veel buurtcontacten beoordelen hun directe leefomgeving dan ook positiever dan mensen met weinig of geen contacten.  Ze voelen zich doorgaans veiliger en meer thuis, en ervaren minder overlast. Juist de schijnbaar betekenisloze interacties dragen bij aan dit gevoel. Het op de hoogte zijn van interesses en dagelijkse bezigheden van je buren versterkt de onderlinge tolerantie. Hierdoor houdt men ook meer rekening met elkaar.

Contact in de buurt wordt gestimuleerd door de fysieke omgeving. Deze moet ons uitnodigen om met elkaar in contact te komen en is vaak nodig om de drempel tot contact te verlagen. Om deze reden zijn mensen in een rijtjeshuis of in een twee-onder-een-kapwoning vaak beter bekend met hun buren dan flatbewoners. Maar de rol die we zélf spelen is van veel grotere invloed. We maken zelf de keuze om in de lift naar onze smartphone te kijken, terwijl we ook onze mede-flatbewoner kunnen begroeten of een fijne dag kunnen wensen. Of de buurt voelt als een fijn en veilig thuis met weinig overlast bepalen wij door ons sociaal gedrag naar buren (mede) zelf.

Lisette van Beusekom – Kennislab Amersfoort